Aftrap van de Serie 'IK BIN PRO'

Omroep Fryslân campagne IK BIN PRO

In Fryslân gaan zo'n 1300 kinderen naar het praktijkonderwijs, het voorgezet onderwijs voor kinderen die niet naar het VMBO kunnen, omdat ze moeite hebben met leren. Over de leerlingen en het praktijkonderwijs bestaan veel vooroordelen, daarom heeft Omrop Fryslân in samenwerking met het praktijkonderwijs Fryslân de televisieserie 'IK BIN PRO' gemaakt. 'IK BIN PRO' was vanaf 22 januari 2020 op elke woensdag te zien om 17.30 uur bij Omrop Fryslân.  

Voorafgaand aan de eerste aflevering heeft Omrop Fryslân de hele week aandacht geschonken aan het praktijkonderwijs. Het verhaal van de leerling, ouder, docent, directeur en werkgever: het kwam allemaal voorbij. 

Half januari 2020 gaf Omroep Fryslân een week lang ruim aandacht aan dit type onderwijs. Het verhaal van de leerling, ouder, docent, directeur en werkgever: het kwam allemaal voorbij in de campagne van Omrop Fryslân. 

Vooroordelen over het Praktijkonderwijs

Het zou een eindstation zijn, een school voor kinderen met een leerachterstand die geen kans maken op een diploma en werk. Over het Praktijkonderwijs en zijn leerlingen bestaan veel vooroordelen. Omroep Fryslân heeft daarom in samenwerking met het Praktijkonderwijs Fryslân de serie 'Ik ben Pro' gemaakt. 

"Het enige dat wij later kunnen worden is uitkeringstrekker"

In het programma loopt presentator Raynaud Ritsma hebt een jaar lang met op drie Friese scholen voor Praktijkonderwijs. In 'Ik ben Pro' wordt het verhaal verwoord van het stigma waar de kind last van hebben. Een verhaal dat ook als spiegel dient voor onze onderwijssysteem en de prestatiemaatschappij waar we in leven. Pro Dokkum, De Diken in Sneek en Sevenwolden Compagnie in Heerenveen staan centraal in de tv-serie van Omroep Fryslân. 

Peter Zeldenrust, directeur van Praktijkschool De Diken in Sneek, vertelt over hoe kinderen bij elkaar zitten op zijn school. "Het is onderwijs voor kinderen die niet zo van de boeken zijn, maar wel van het doen. Met de handen aan de slag zijn en samenwerken met mensen om hun heen".

Zo'n 1300 Friese jongeren volgen op dit moment het praktijkonderwijs. Dat is een klein procent van het totaal naar schoolgaande jongeren in Fryslân. Maar je komt niet zomaar op dit onderwijs terecht. Er gaat een flinke toelatingsprocedure aan vooraf zegt orthopedagoog en oud-directeur Henk Wesseling. "Een kind moet drie jaar leerachterstand hebben en een beneden gemiddelde intelligentie." Het komt daarom ook wel voor dat leerlingen niet worden toegelaten. Als kinderen wel toegelaten worden dan duurt de opleiding meestal zes jaar. Alle kinderen krijgen een eigen ontwikkelplan en gaan via stages steeds meer de praktijk in. Maar het is niet makkelijk, zegt Zeldenrust, omdat de kinderen al veel meegemaakt hebben op hun oude school. "Er zijn kinderen die hier binnen komen waarbij het leren op het basisonderwijs lastig ging en die er helemaal klaar mee zijn. Ze zijn eigenlijk leermoe en hebben de ondersteuning van ons daarom hard nodig". De kinderen kunnen niet alleen leermoe zijn, maar ook een negatief zelfbeeld hebben. Wesseling: "Ik heb weleens een leerling gehad waar ik tegen zei dat ze goed haar best moest doen, want dan kon ze haar diploma krijgen. Toen zei dat meisje: "Meneer, wij kunnen wel een diploma halen, maar niemand zit op ons te wachten". Ik dacht toen, wat zit dat diep, dat kinderen dit zo voelen".

Hier ligt volgens Zeldenrust een grote kans voor de docenten op de praktijkscholen. "Het is belangrijk om te laten zien dat ze misschien niet goed zijn in rekenen, maar wel goed een kast in elkaar timmeren of een heftruck kunnen besturen. Talenten ontdekken, daar gaat het praktijkonderwijs óók over." 

Vader Leen Bleeker over het Praktijkonderwijs

Wat voor onderwijs past het best bij Jitze? Die vraag leefde in de hoofden van ouders Leen en Ietsje Bleeker. Het antwoord is praktijkonderwijs, maar dat antwoord kwam pas nadat het niet goed ging met Jitze en hij eigenlijk niet meer naar school wilde. 

"Jitze is een heel ander jongetje geworden"

 Jitze is een van de jongens die gevolgd is voor de nieuwe serie 'IK BIN PRO'. "In de les fluisterden ze dat ik door moest werken", vertelt Jitze in de serie over zijn tijd op de basisschool. "Ze wisten wel dat ik dat niet zo goed kon. Het was heel vervelend. Ik had nooit een leuke dag. Ik had er geen zin meer in". Vader Leen vertelt dat hij en zijn vrouw toen dachten: zijn wij hier nog wel goed bezig? Ze hebben alles in gang gezet om hem op het praktijkonderwijs te krijgen. Voor het praktijkonderwijs moet een kind worden toegelaten, en voor dat gebeurt moeten er eerst een aantal onderzoeken worden gedaan. 

Het was een grote teleurstelling dat de aanvraag werd afgeketst. "De school gaf aan eerst zelf passende maatregelen te willen vinden om Jitze op school te houden, maar wij denken dat school de subsidie voor Jitze niet mis wilde lopen." Leen en Ietsje hadden geen keuze. Jitze moest op de school blijven. Maar het werd niet beter. "Hij kwam elke dag met gebogen hoofd thuis", vertelt Leen Bleeker, de vader van Jitze. "Op school moest hij in een apart hokje zitten en hij werd gepest." De ouders deden nogmaals een aanvraag voor praktijkonderwijs en dit keer werd hun verzoek geaccepteerd.

De switch naar praktijkonderwijs heeft heel veel effect gehad op Jitze, vertelt Leen. "Jitze is een heel ander jongetje geworden. Hij ging met sprongen vooruit en kwam weer blij thuis".

Toename van leerlingen in het Praktijkonderwijs

Het aantal leerlingen op het Friese Praktijkonderwijs is de afgelopen tien jaar met bijna 10% toegenomen, dat blijkt uit de cijfers die Omrop Fryslân onderzocht heeft. Volgens Broer van Kammen, directeur van de praktijkschool in Dokkum, is het een positieve trend. Kinderen worden steeds vaker doorverwezen naar het praktijkonderwijs. Al gebeurt dit nog te vaak te laat.

"Meer leerlingen Praktijkonderwijs, maar te laat doorverwijzen"

De cijfers zijn opvallend omdat het aantal jongeren tot 25 dat naar school gaat met vijf procent gedaald is. Daarom kunnen we zeggen dat de groep dat naar het praktijkonderwijs gaat in vergelijking met het reguliere onderwijs steeds groter wordt. Van Kammen denkt dat dit komt omdat er meer aandacht is voor passend onderwijs. Al maakt hij zich nog altijd zorgen over de onbekendheid van deze tak van het onderwijs. "Het blijft een soort van 'ondergeschoven kindje'. Soms weten zelfs collega's van andere scholen niet eens wat ons onderwijs precies inhoudt". Dat is ook niet zo gek volgens Van Kammen omdat het een kleine doelgroep is. Het aandeel leerlingen dat praktijkonderwijs volgt is minder dan een procent van het geheel aan leerlingen onder de 25 jaar.

Van Kammen zit ondertussen al 20 jaar in het praktijkonderwijs. "Mijn eerste werkervaring was op het speciaal voortgezet onderwijs. Maar als jonge docent was dit mentaal te zwaar voor mij. Daarom heb ik eerst mijn meters gemaakt in het reguliere onderwijs om daarna toch terug te komen op de praktijkschool." Van Kammen vindt dit werk erg dankbaar en nobel. "In dit onderwijs kun je het verschil maken voor een kind. Dat is heel anders met kinderen op bijvoorbeeld de HAVO. Die ontwikkelen zich vaak wel. Maar deze kinderen hebben net dat extra zetje nodig". 

Op dit moment volgen 1300 kinderen praktijkgericht onderwijs in Fryslân. Dit doen ze op 7 verschillende scholen. Tien jaar geleden waren dit er maar 1190. De groei zit volgen Van Kammen vooral in stedelijke gebieden, want volgens hem zijn er juist steeds minder kinderen op de praktijkscholen op het platteland. 

Meer bedrijven moeten openstaan voor jongeren uit het Praktijkonderwijs

"Geef deze kinderen een kans, want je krijgt er heel veel voor terug". Dat zegt rietdekker Feije Sikkema uit Tytsjerk. Zijn bedrijf staat open voor stagiairs uit het praktijkonderwijs. Meer bedrijven zouden dat moeten doen, vindt hij.

Peter Herder loopt ongeveer een jaar stage bij het rietdekbedrijf van Sikkema. "Het gaat heel goed met hem. Hij had even iets meer begeleiding nodig in het begin. Iets meer uitleg. Maar deze jongen wil wel. Hij wil het graag leren. Hij zou hier eigenlijk maar twee dagen in de week zijn, maar hij wilde zelf een extra dag". Peter Herder heeft er dus op eigen verzoek een extra stagedag bij gekregen. "Ik wilde wat meer leren en daarom wilde ik er een dag bij doen. Dat vond school helemaal prima". De rest van de tijd gaat Peter naar school. Wat hij het liefste doet, is werken op zijn stageplek. 

Sikkema vindt het belangrijk dat bedrijven openstaan voor deze soort jongeren. Hij heeft zelf een dochter die het praktijkonderwijs volgt. "Deze jeugd moet het met de handen doen en verdienen. Maar dan moeten ze zich wel kunnen voorbereiden op het werkveld." Hij heeft meerdere jongens een kans gegeven in zijn bedrijf. Sikkema heeft een klein bedrijf waar zoiets mogelijk is. "In deze wereld gaat het om tijd en geld. Dat heeft niet iedereen. 

Docent Nynke Tiersma over praktijkles geven in de praktijk

Praktijkles geven in de praktijk. Dat is het uitgangspunt van de nieuwe lesmethode van de praktijkschool De Diken in Sneek. Zij zijn op dit moment bezig met een pilot om leerlingen niet alleen praktijkles te geven op school, maar ook daadwerkelijk extern in de praktijk.

Docent Nynke Tiersma is een van de initiatiefnemers van deze nieuwe methode. "Wij gaan met de kinderen bijvoorbeeld naar een kaasmakerij, ONS Sneek, Empatec en Zeeman. Hier kunnen ze klusjes doen. Voor bijvoorbeeld ONS maken ze de kantine schoon en leggen ze de lijnen. Maar daarbij krijgen ze ook theorie op locatie. Dat is een nieuw concept en voor ons werkt het heel goed". Tiersma is al 15 jaar docent in het praktijkonderwijs. Ze vindt het geweldig om dit soort studenten les te geven. "Het is een mooi type leerling. Met vmbo- of havo-studenten krijg je veel minder een band, maar deze kinderen zijn heel toegankelijk en open. Je kunt niet om ze heen. Je bent daarom als docent veel belangrijker voor hen als bij andere studenten. Daardoor is het ook intensiever werken". Ondanks het harde werken is Tiersma altijd aan het kijken hoe het onderwijs nog beter kan en zo kwam ze met een aantal docenten op dit idee. "Leerlingen komen bij ons als ze twaalf jaar zijn en ons doel is eigenlijk om ze zo min mogelijk in een lokaal te hebben. Daarom krijgen ze praktijklessen bij ons op school, maar met de theorie zijn ze dan ook een stuk minder serieus".

Dit is heel anders dan de kinderen die bij ONS binnenkomen. "Het is een minder veilige omgeving. Het is wat spannender. Ze zetten daarom ook hun beste beentje voor in die lessen. Wij hebben wel meegemaakt dat een kind op school zulk vervelend gedrag had, dat er gedacht werd dat hij nog niet klaar was voor stage. Maar zodra hij buiten de school en in het werkveld was, werd hij heel anders. Het werkt daarom echt goed".